Wereld Suïcide Preventie Dag

Wereld Suïcide Preventie Dag

Vandaag is het Wereld Suïcide Preventie Dag. Ik denk dat depressie en gedachten aan het zelf eindigen van het leven vaker voorkomen bij mensen met een chronische ziekte dan wordt gedacht. Zelf heb ik hier ook ervaring mee.

Vier jaar terug

Het is ongeveer vier jaar geleden dat het idee van het leven mij zo angstig en neerslachtig maakte, dat ik probeerde een eind aan mijn leven te maken. Na een jarenlange zoektocht had ik recent de diagnose Autisme Spectrum Stoornis gekregen. Ik raakte daardoor in een gedachtecirkel dat het leven zoals het toen was, niet meer zou kunnen verbeteren. Ik praatte hier met niemand echt over en op een dag besloot ik dat er maar één optie over bleef. Niet meer leven.

Ik werd gered.

Er volgde een hele zware periode met opnames en daarna een beschermde woonomgeving gecombineerd met therapieën en medicatie om aan mijn herstel te kunnen werken. Ondertussen kan ik zeggen dat ik mentaal wel weer de oude Lieke ben. Ik volg geen therapie meer. Mijn psychiatrische medicatie is helemaal gestopt en ik heb gezonde copingsmechanismen ontwikkeld.

Nog steeds is het soms lastig om de toekomst rooskleurig in te zien, maar ik kan hier beter mee overweg. Ik weet dat dit momenten zijn en dat ik uiteindelijk mijn drive wel weer terug ga vinden. Het is geen onmogelijkheid om een leuk leven te hebben, het vergt hooguit wat aanpassing en het is een uitdaging.

Wat helpt mij of heeft geholpen?

  • Neem mij serieus en zie mij voor vol aan
    Dit is denk ik één van de belangrijkste dingen in mijn herstel geweest. Vanaf het moment dat ik behandelaren trof die echt wilde luisteren en met mij wilde samenwerken, ging het beter. Ook als ik ergens niet voor open stond, werd dit serieus genomen en sloot ik daarmee geen deur. Ik mocht zelf dingen inbrengen en hier werd serieus naar gekeken. Hierdoor bestond mijn behandeling ook uit elementen waar ik zelf achter kon staan en wat ik voor mezelf deed.
    Nog belangrijker is dat ik leerde om voor mezelf op te komen en mijn eigen mening te ontwikkelen. Ik leerde om op een goede manier hierover te communiceren. Dit is later in het proces, toen ik lichamelijk zieker werd, heel erg belangrijk geweest.

  • Laat me af en toe even mokken
    Ook belangrijk is dat het niet altijd positief en goed hoeft te gaan. Ik mag best wel een baaldag hebben, mezelf dan niet aankleden en boos zijn op de hele wereld. Dit is normaal! Ga mij dan ook niet proberen de positieve kant op te sturen, want dan heb ik het idee dat het er niet mag zijn. Als ik na één of twee dagen nog steeds aan het mokken ben, dan mag je me wel weer vooruit helpen.
    Het moment dat ik mezelf baaldagen ging toestaan en hier ook over kon communiceren, zijn helpend geweest. Dit hoort ook bij een stukje liefdevol omgaan met mezelf. Door ook deze baalmomenten uit te spreken, kan ik vaak voorkomen dat ik erin vast kom te hangen en gaat het vaak na één of twee dagen vanzelf wel weer beter.
  • Ik deel mijn leven in zoals goed voor mij is
    Ik heb heel veel jaren een bepaald verwachtingspatroon gevolgd van een gezond kind/volwassene. Gaandeweg besefte ik dat deze manier van leven niet bij mij past. Hoe graag ik ook “normaal” wil zijn, dat kost mij uiteindelijk mijn gezondheid. Door mijn leven aan te passen en wellicht zichtbaar “afwijkend” te zijn, blijft mijn gezondheid beter. Het toewerken en leren om “normaal” te leven is dan ook iets waar ik niet bij geholpen ben en waarvan ik denk dat het alleen voor de maatschappij gunstig zou kunnen zijn qua beeldvorming. Ik heb er geen last van dat ik “afwijkend” ben, als de maatschappij dat ook accepteert, geeft het mij een stuk rust.

    Dit is nog steeds wel een beetje een gevecht soms. Ik weet duidelijk wat ik wil en nodig heb. UWV heeft zich erbij neergelegd dat ik echt geen toekomst als werkende zal hebben en daardoor ben ik volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard. Met de gemeente/WMO is het ieder jaar weer even knokken voor mijn hulp. Ik zie er niet ziek uit, mijn aandoeningen zijn niet heel algemeen bekend. Ik moet dus flink praten om duidelijk te maken wat mij helpt en waarom. Uiteindelijk wil de gemeente vooral niet teveel geld uit hoeven geven en ze kunnen mij ook geen hele lange indicaties geven. Ik heb dus iedere 6 tot 12 maanden weer een gesprek met de gemeente waarin ik weer moet verantwoorden dat ik nog steeds ziek ben en mijn dagen slijt vanaf de bank en veel tv kijk.
  • Neem dingen uit handen van mij als het nodig is
    Toen het echt heel slecht ging, was het nodig om dingen uit handen te nemen. Zeggen wat ik moest gaan doen in plaats van de keuze bij mij te laten. Keuzes maken en letterlijk in beweging komen vind ik heel lastig als ik vast zit in mijn hoofd. Door mij te zeggen wat ik moet doen en wanneer en dit ook te controleren, kan ik wel in beweging komen. Dit helpt uiteindelijk heel erg goed!
    Daarbij heeft het mij ook geholpen om mijn medicijnen niet in eigen beheer te hebben. Op slechte dagen kreeg ik het per moment of per dag. Toen het beter ging hebben we dit weer opgebouwd. Zo hoefde ik niet iedere dag de strijd aan te gaan met mezelf over of ik het wel of niet zou slikken en ik welke hoeveelheid.

Voor alle mensen die met dergelijke gedachten lopen, wil ik vooral meegeven dat je je niet hoeft te schamen en het belangrijk is dat je er over in contact blijft. Je kunt altijd anoniem contact opnemen met 113online voor een luisterend oor als de stap te groot is om met bekendere mensen contact op te nemen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *